donderdag 28 november 2019

Vragen - Dutch Orthodox Web 4

Vragen

Dutch Orthodox Web 4

ORTHODOX CHRISTIANITY – MULTILINGUAL ORTHODOXY – EASTERN ORTHODOX CHURCH – ΟΡΘΟΔΟΞΙΑ – ​SIMBAHANG ORTODOKSO NG SILANGAN – 东正教在中国 – ORTODOXIA – 日本正教会 – ORTODOSSIA – อีสเทิร์นออร์ทอดอกซ์ – ORTHODOXIE – 동방 정교회 – PRAWOSŁAWIE – ORTHODOXE KERK -​​ නැගෙනහිර ඕර්තඩොක්ස් සභාව​ – ​СРЦЕ ПРАВОСЛАВНО – BISERICA ORTODOXĂ –​ ​GEREJA ORTODOKS – ORTODOKSI – ПРАВОСЛАВИЕ – ORTODOKSE KIRKE – CHÍNH THỐNG GIÁO ĐÔNG PHƯƠNG​ – ​EAGLAIS CHEARTCHREIDMHEACH​ – ​ ՈՒՂՂԱՓԱՌ ԵԿԵՂԵՑԻՆ​​

ORTHODOX WEB: http://orthodoxweb.blogspot.com - Abel-Tasos Gkiouzelis - Email: gkiouz.abel@gmail.com – Feel free to email me…!

♫•(¯`v´¯) ¸.•*¨*
◦.(¯`:☼:´¯)
..✿.(.^.)•.¸¸.•`•.¸¸✿
✩¸ ¸.•¨ ​


Waarom zijn kinderen eigenlijk zo gelukkig?

Heilige Paisios van de berg Athos, Griekenland (+1994):

“Dat komt omdat kinderen het kwaad wat zij tegenkomen zo heel gemakkelijk vergeten. Wanneer iemand de dingen ontmoet, die slechts goede gedachten doen opkomen; reinigt hij zichzelf als het ware vanzelfsprekend en ontvangt de Genade van God. Wanneer iemand alleen maar slechte gedachten heeft, beoordeelt of weegt hij/zij slechts ten onrechte de voor- en nadelen tegen elkaar af. Daardoor wordt hem/haar de toegang tot Gods Genade geblokkeerd en wordt hij/zij door de duivel in de pan gehakt”.

<>

Wat is vergeving?

Het woord “vergeven” betekent “schoon schip maken”, gratie verlenen, de schuld kwijtschelden. Wanneer wij iemand gekwetst of kwaad gedaan hebben, wensen we hun vergeving zodat de relatie hersteld wordt. Vergeving wordt niet gegeven omdat de ander het verdient om vergeven te worden. Niemand verdient het om vergeven te worden. Vergeving is een handeling uit liefde, barmhartigheid en genade. Vergeving is een beslissing om een ander iets niet meer kwalijk te nemen, ongeacht en ondanks wat hij of jou heeft aangedaan.

<>

Hoe weten we wat bij het ware geloof hoort?

Het ware geloof vinden we in de Heilige Schrift en in de levende traditie van de kerk.

Het nieuwe Testament is ontstaan uit het geloof van de kerk. Schrift en traditie horen bij elkaar.

Geloof wordt niet in de eerste plaats via teksten doorgegeven.

In de jonge Kerk werd gezegd dat de Heilige Schrift ‘veeleer neergeschreven was in het hart van de kerk dan op perkament’.

Reeds de eerste leerlingen en de apostelen kwamen vooral via de levende gemeenschap met Jezus in aanraking met het nieuwe leven.

Tot deze gemeenschap, die na de verrijzenis op een andere wijze verder bestond, nodigde de jonge Kerk mensen uit.

De eerste christenen ‘bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan gebed’ (Hand. 2:42).

Zij waren één met elkaar en hadden ook ruimte voor anderen.
Dat is de kern van het geloof tot op vandaag: christenen nodigen andere mensen uit om kennis te maken met een gemeenschap met God, die vanaf de tijd van de apostelen in de Kerk onvervalst is bewaard.

<>

Als ik mij tot het Christendom bekeer, dan zal mijn familie mij onteigenen en zal ik in mijn cultuur vreselijk vervolgd worden. 
Wat moet ik doen?

Voor gelovigen in landen waar de godsdienstvrijheid een hoeksteen van de samenleving is, is het vaak moeilijk om volledig te begrijpen hoe hoog de prijs voor het volgen van Christus is in andere delen van de wereld. Maar de Bijbel is het Woord van God en is als zodanig alomvattend in zijn inzicht in alle beproevingen en problemen in het leven, ongeacht plaats en tijd. Jezus maakte duidelijk dat het een kostbare onderneming is om Hem te volgen. Sterker nog, het kost ons alles. Op de eerste plaats kost het onszelf. Jezus zei tegen de menigte die Hem volgde: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en zo achter mij aan komen” (Marcus 8:34). Het kruis was een executiemiddel en Jezus maakte het duidelijk dat het volgen van Hem gelijk staat aan het laten sterven van je “ik”. Al onze aardse verlangens en ambities moeten gekruisigd worden, zodat we een nieuw leven met Hem kunnen verwerven, want niemand kan twee meesters dienen (Lucas 16:13). Maar dat nieuwe leven is veel grootser en dierbaarder dan alles wat we in deze wereld zouden kunnen verkrijgen.

Op de tweede plaats kan het ons onze familie en vrienden kosten. Jezus legt in Matteüs 10:32-39 uit dat Zijn komst verdeeldheid zaait tussen Zijn volgelingen en hun families, maar dat ieder die zijn familie niet haat (dat wil zeggen: “minder houdt van”) onwaardig is om Zijn volgeling te zijn. Als we Christus ontkennen om de vrede in onze aardse familie te handhaven, dan zal Hij ons in de hemel ontkennen. En als Jezus ons ontkent, dan zal ons de toegang tot de hemel ontzegd worden.

Maar als we Hem in het bijzijn van andere mensen bekennen, ongeacht de persoonlijke prijs die we daar misschien voor moeten betalen, dan zal Hij tot Zijn Vader zeggen: “Deze is van mij – verwelkom hem in Uw koninkrijk.” Het eeuwige leven wordt in Matteüs 13:44-45 de “schone parels” genoemd. Deze zijn het waard om alles op te geven wat je bezit. Het heeft geen zin om je aan de dingen van dit korte en vluchtige leven vast te houden en de eeuwigheid te verliezen. “Wat heeft een mens eraan als hij de hele wereld wint, maar er het leven bij inschiet?” (Marcus 8:36). Jim Elliot, de missionaris die gedood werd omdat hij Christus naar de Huaorani Indianen in Ecuador bracht, zei: “Iemand die geeft wat hij niet kan behouden, om te verwerven wat hij niet kan verliezen, is geen dwaas”.

Jezus maakte ook duidelijk dat je omwille van Zijn Naam onvermijdelijk vervolgd zult worden. Hij moedigt ons aan om dit te verwachten als een normaal onderdeel van het discipelschap en om in deze vervolging moedig te blijven. Hij noemt de vervolgden zelfs de “gelukkigen” en vertelt ons: “Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel” (Matteüs 5:10-12). Hij herinnert ons eraan dat Zijn mensen altijd al vervolgd zijn geweest. De profeten uit het Oude Testament werden vervolgd, bespot, gefolterd, vermoord en in één geval zelfs in tweeën gezaagd! (Hebreeën 11:37) Alle apostelen (met uitzondering van Johannes, die naar het eiland Patmos werd verbannen) werden ter dood gebracht omdat zij Christus predikten. De traditie stelt dat Petrus erop stond dat hij ondersteboven werd gekruisigd, omdat hij zichzelf onwaardig vond om op dezelfde manier als zijn Heer te sterven. En toch schreef hij in zijn eerste brief: “Als u gehoond wordt omdat u de naam van Christus draagt, prijs u dan gelukkig, want dat betekent dat de Geest van God in al zijn luister op u rust” (1 Petrus 4:14). De Apostel Paulus werd gevangen gezet, geslagen en talrijke malen gestenigd omdat hij Christus predikte, maar hij vond zijn lijden niet eens het vermelden waard in vergelijking met de heerlijkheid die later zijn deel zou zijn (Romeinen 8:18).

Hoewel de prijs van het discipelschap misschien hoog lijkt, zijn er zowel aardse als hemelse beloningen. Jezus beloofde ons dat Hij altijd bij ons zal zijn, zelfs tot het einde der tijden (Matteüs 28:20); Hij zal ons nooit verlaten of in de steek laten (Hebreeën 13:5); Hij kent onze pijn en ons lijden, omdat Hijzelf voor ons heeft geleden (1 Petrus 2:21); Zijn liefde voor ons kent geen grenzen en Hij zal ons nooit meer op de proef stellen dan we aankunnen en Hij zal ons altijd een uitweg bieden (1 Korintiërs 10:13). Wanneer wij de eerste in onze familie of in onze cultuur zijn die Christus omarmen, dan worden we leden van de familie van God en we zijn dan Zijn ambassadeurs naar onze geliefden en naar de wereld. Op die manier is het mogelijk dat wij het instrument zijn dat Hij gebruikt om anderen tot Zich te brengen, en dat geeft ons een vreugde die alles overtreft wat we ons ooit zouden kunnen voorstellen.

<>

Waartoe zijn wij op aarde?

Wij zijn op aarde om God te kennen, Hem lief te hebben, Hem te dienen en eens voor eeuwig bij Hem te leven.

Wij zijn op aarde om God te kennen en lief te hebben, naar zijn wil het goede te doen, en ooit in de hemel te komen.

Mens zijn wil zeggen: bij God vandaan komen en naar God toe gaan. Onze oorsprong gaat verder terug dan onze ouders. Wij komen bij God vandaan, in wie alle geluk in de hemel en op aarde bestaat, en wij worden thuis verwacht in zijn eeuwige en grenzeloze heerlijkheid. Daartussenin leven wij op deze aarde. Soms ervaren wij de nabijheid van onze Schepper, maar vaak ervaren we ook helemaal niets. Opdat we de weg naar huis zouden vinden heeft God ons zijn Zoon gezonden, die ons bevrijd heeft van de zonde, ons verlost van alle kwaad en ons feilloos naar het ware leven leidt. Hij is ‘de Weg, de Waarheid en het Leven’. (Joh. 14:6).


<>

Waarom verlangt de mens naar God?

God zelf heeft in zijn hart het verlangen gegrift om Hem te zien.

God schiep ons uit vrije wil en belangeloze liefde.

Het hart van een liefdevol mens vloeit over van liefde. Hij wil zijn vreugde met anderen delen. Dat heeft hij van zijn Schepper. Hoewel God een mysterie is, mogen wij toch op menselijke wijze over Hem denken en kunnen wij zeggen: uit de ‘overvloed’ van zijn liefde heeft Hij ons geschapen. Hij wilde zijn eindeloze vreugde met ons delen, wij zijn geschapen uit liefde.

God heeft een verlangen in ons hart gelegd waarmee wij Hem kunnen zoeken en vinden. De H. Augustinus zegt: “U hebt ons naar u toe geschapen, en rusteloos is ons hart tot het rust vindt in u”. Dit verlangen naar God noemen wij Geloof.

Het hoort bij de natuur van de mens dat hij zoekt naar God. Heel zijn streven naar waarheid en geluk is uiteindelijk een zoeken naar wat hem volstrekt draagt, volstrekt bevredigt, volstrekt in dienst neemt. Een mens is pas dan helemaal zichzelf als hij God gevonden heeft. Wie de waarheid zoekt, zoekt God, of hij dat nu weet of niet.

<>

Bestaat God? 
Is er bewijs voor het bestaan van God?

Bestaat God? Ik vind het interessant dat er zo veel aandacht wordt geschonken aan dit debat. De laatste opiniepeilingen vertellen ons dat vandaag de dag meer dan 90% van alle mensen in de wereld gelooft in het bestaan van God of de een of andere hogere macht. En toch wordt de verantwoordelijkheid om te bewijzen dat God werkelijk bestaat op de schouders geplaatst van de mensen die geloven dat Hij bestaat. Wat mij betreft zou dit juist andersom moeten zijn.

Maar, het bestaan van God kan noch bewezen noch weerlegd worden. De Bijbel zegt zelfs dat we het bestaan van God in geloof moeten aanvaarden: “Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven; wie hem wil naderen moet immers geloven dat hij bestaat, en wie hem zoekt zal door hem worden beloond” (Hebreeën 11:6). God zou natuurlijk gewoon kunnen verschijnen en de hele wereld laten zien dat Hij bestaat. Maar als Hij dat zou doen, dan zou er geen reden zijn om in Hem te geloven. “Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’” (Johannes 20:29)

Maar dat betekent niet dat er geen bewijs bestaat voor het bestaan van God. De Bijbel verkondigt: “De hemel verhaalt van Gods majesteit, het uitspansel roemt het werk van zijn handen, de dag zegt het voort aan de dag die komt, de nacht vertelt het door aan de volgende nacht. Toch wordt er niets gezegd, geen woord gehoord, het is een spraak zonder klank. Over heel de aarde gaat hun stem, tot aan het einde van de wereld hun taal” (Psalm 19:2-4). Naar de sterren kijken, de uitgestrektheid van het universum begrijpen, de wonderen van de natuur observeren, de schoonheid van de zonsondergang aanschouwen; al die dingen duiden op een Schepper God. En als deze dingen nog niet genoeg zijn, dan is er ook nog het bewijs voor God in onze eigen harten. Prediker 3:11 vertelt ons: “Ook heeft Hij de eeuw [de eeuwigheid] in hun hart gelegd…” Er is iets diep in ons innerlijke wezen dat herkent dat er iets bestaat buiten dit leven en buiten deze wereld. We kunnen deze kennis weliswaar intellectueel ontkennen, maar Gods aanwezigheid blijft in ons en door ons bestaan. Ondanks dit alles waarschuwt de Bijbel ons dat sommigen het bestaan van God nog steeds zullen ontkennen: “Dwazen denken: ‘Er is geen God.’” (Psalm 14:1). Omdat meer dan 98% van alle mensen door de geschiedenis heen, in alle culturen, in alle beschavingen, op alle continenten gelooft in het bestaan van een soort God moet er wel iets of iemand zijn die dit geloof veroorzaakt.

Naast de Bijbelse argumenten voor Gods bestaan zijn er ook logische argumenten. Ten eerste is er het ontologische argument. De meest populaire vorm van het ontologische argument gebruikt in beginsel het concept van God om het bestaan van God te bewijzen. Het begint met de definitie van God als: “datgene waarvoor geldt dat er niets groter voorgesteld kan worden”. Vervolgens wordt beargumenteerd dat bestaan groter is dan niet bestaan, en daarom moet het grootste voorstelbare wezen wel bestaan. Als God niet zou bestaan, dan zou God niet het grootste voorstelbare wezen zijn; maar dat zou de definitie van God zelf tegenspreken. Een tweede argument is het teleologische argument. Het teleologische argument stelt dat er een Goddelijke ontwerper moet zijn geweest omdat het universum zo wonderbaarlijk en nauwkeurig ontworpen lijkt. Als de aarde zich bijvoorbeeld slechts enkele honderden kilometers dichterbij of verder van de zon vandaan zou bevinden, dan zou een groot gedeelte van het leven om ons heen niet mogelijk zijn. Als de elementen in onze atmosfeer ook maar een paar percent zouden afwijken van hun werkelijke samenstelling, dan zou elk levend wezen op aarde sterven. De kans dat een enkele eiwitmolecule zich op toevallige wijze zou vormen is 1 op 10243 (dat is een 10 gevolgd door 243 nullen). Een enkele cel bestaat uit miljoenen eiwitmoleculen.

Een derde logische argument voor het bestaan van God wordt het kosmologische argument genoemd. Elk gevolg moet een oorzaak hebben. Dit universum en alles wat zich erin bevindt is een gevolg. Er moet iets zijn wat het ontstaan van alles veroorzaakt moet hebben. Er moet uiteindelijk iets “onveroorzaakts” zijn geweest om het bestaan van alles te kunnen hebben veroorzaakt. Dat “onveroorzaakte” iets is God. Een vierde argument staat bekend als het morele argument. Elke cultuur in de geschiedenis heeft een of ander wettelijk rechtssysteem gehad. Iedereen heeft een gevoel voor goed en fout. Moord, liegen, stelen en immoraliteit worden bijna universeel afgewezen. Waar kwam dit idee van goed en kwaad vandaan als dit niet van een heilige God kwam?

Ondanks dit alles vertelt de Bijbel ons dat mensen de duidelijke en niet te ontkennen kennis over God zullen afwijzen en in plaats daarvan een leugen zullen geloven. Romeinen 1:25 stelt: “Ze hebben de waarheid over God ingewisseld voor de leugen; ze vereren en aanbidden het geschapene in plaats van de schepper, die moet worden geprezen tot in eeuwigheid. Amen.” De Bijbel zegt ook dat mensen geen excuus kunnen hebben voor hun ongeloof in God: “Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar. Er is niets waardoor zij te verontschuldigen zijn.” (Romeinen 1:20)

Mensen beweren dat zij niet in God geloven omdat dit “niet wetenschappelijk” is of “omdat er geen bewijs is”. De werkelijke reden is mensen, zodra zij toegeven dat er een God is, zich ook moeten realiseren dat zij verantwoording aan God moeten afleggen en Gods vergeving nodig hebben (Romeinen 3:23; 6:23). Als God bestaat, dan zijn we tegenover Hem aansprakelijk voor onze daden. Als God niet bestaat, dan kunnen we doen wat we maar willen zonder ons zorgen te maken over een mogelijk oordeel van God. Ikzelf geloof dat dit de reden is waarom zo veel mensen in onze samenleving zich vastklampen aan de evolutieleer: het geeft mensen een alternatief voor het geloof in een Schepper God. God bestaat en als het erop aankomt weet iedereen ook dat Hij bestaat. Het feit dat sommigen zo agressief proberen om Zijn bestaan te weerleggen is feitelijk zelf een argument voor Zijn bestaan.

Laat me nog een laatste argument voor Gods bestaan geven. Hoe kan ik weten dat God bestaat? Ik weet dat God bestaat omdat ik elke dag met Hem praat. Ik hoor hem niet hoorbaar tot mij spreken, maar ik voel Zijn aanwezigheid, ik voel Zijn leidende hand, ik ken Zijn liefde, ik verlang naar Zijn genade. In mijn leven zijn dingen gebeurd die niet anders verklaard kunnen worden dan door middel van God. God heeft mij op zo’n wonderbaarlijke manier gered en mijn leven veranderd dat ik niets anders kan doen dan Zijn bestaan erkennen en prijzen. Geen van deze argumenten kunnen op zich iemand ervan overtuigen als hij of zij weigert te erkennen wat zo ontzettend duidelijk is. Gods bestaan moet uiteindelijk in geloof worden aanvaard (Hebreeën 11:6). Maar een geloof in God is geen blinde sprong in het duister, het is een veilige stap in een helder verlichtte kamer waar 90% van alle mensen zich al bevindt.

Bron:

http://atheistsmetorthodoxy.wordpress.com

ATHEISTS MET ORTHODOXY

<>

Dus wat wil je? Een levende Verlosser of een van de vele dode “goden”?

En het is dezelfde Jezus die zegt, “Als de lasten u drukken en u vermoeid raakt, kom dan bij Mij. Ik zal u rust geven.”( Matteüs 11:28). Dit is een harde wereld en het leven is moeilijk. De meesten onder ons zijn behoorlijk leeggebloed, zitten vol blauwe plekken en littekens van het leven. Nietwaar? Dus wat wil je? Herstel of alleen een geloof? Een levende Verlosser of een van de vele dode “goden”? Een betekenisvolle relatie of lege rituelen? Jezus is niet een keus – Hij is de keus!

<>

Wat zijn serafim? Zijn serafs engelen?

De serafim (vurigen, brandenden) zijn engelen die geassociëerd worden met het visioen van God dat de profeet Jesaja in de Tempel had, toen God hem riep om zijn profetische bediening te beginnen (Jesaja 6:1-7). Jesaja 6:2-4 verhaalt: “Boven hem stonden serafs. Elk van hen had zes vleugels, twee om het gezicht en twee om het onderlichaam te bedekken, en twee om mee te vliegen. Zij riepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is de HEER van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit.’ Door het luide roepen schudden de deurpinnen in de dorpels, en de tempel vulde zich met rook”. Serafs zijn engelen die God onophoudelijk aanbidden.

Jesaja hoofdstuk 6 is de enige plaats in de Bijbel waar de serafim specifiek genoemd worden. Elke seraf had zes vleugels. Ze gebruikten er twee om te vliegen, twee om hun voeten te bedekken, en twee om hun gezichten mee te bedekken (Jesaja 6:2). De serafim vlogen rond de troon waar God op zat, terwijl ze lofliederen aan hem zongen waarmee ze de aandacht richtten op Gods glorie en majesteit. misschien beter: Deze wezens waren blijkbaar ook degenen die Jesaja reinigden toen hij zijn profetische bediening begon. Één van hen plaatste een gloeiende kool tegen Jesaja’s mond met de woorden: “Nu zijn je lippen gereinigd. Je schuld is geweken, je zonden zijn tenietgedaan” (Jesaja 6:7). Serafim, net als de andere soorten engelen, zijn volledig gehoorzaam aan God. Net als de cherubim, zijn de serafim er voornamelijk op gericht God te aanbidden.

Bron:

C. Fred Dickason, Angels: Elect & Evil, Revised, MOODY PUBLISHERS / 1995 / PAPERBACK

<>

Wie is Jezus Christus?

Wie is Jezus Christus? In tegenstelling tot de vraag “Bestaat God?”, betwijfelen maar weinig mensen of Jezus wel echt bestaan heeft. Het is algemeen aanvaard dat Jezus echt een man was die zo’n 2000 jaar geleden in Israël op de aarde liep. Het debat begint pas als het onderwerp van Jezus’ volledige identiteit besproken wordt. Bijna alle grote godsdiensten onderwijzen dat Jezus een profeet was, of een goede leraar, of een godvruchtig mens. Het probleem is dat de Bijbel ons vertelt dat Jezus oneindig veel meer was dan een profeet, een goede leraar of een vroom mens.

C.S. Lewis schrijft in zijn boek “Onversneden Christendom” het volgende: “Ik probeer hier te voorkomen dat iemand de heel domme uitspraak doet die mensen vaak over Hem (Jezus Christus) zeggen: “Ik ben er klaar voor om Jezus te aanvaarden als een goed moreel leraar, maar ik kan zijn bewering dat Hij God is niet aanvaarden.” Dat is juist datgene wat we niet moeten zeggen. Een man die alleen maar een mens was, en de dingen zei die Jezus zei, zou geen goed moreel leraar zijn. Hij zou óf een gek zijn – op het niveau van de man die beweert een gekookt ei te zijn – of anders de duivel uit de hel. U moet een keuze maken. Of deze man was, en is, de Zoon van God, of hij is een gek of erger… U kunt hem het zwijgen opleggen door hem een gek te noemen, U kunt hem bespugen en hem doden alsof hij een demon was; of U kunt aan zijn voeten vallen en hem Heer en God noemen. Maar laten we niet met die neerbuigende onzin aankomen dat hij een groot menselijk leraar was. Hij heeft die optie niet voor ons opengelaten. Dat lag niet in zijn bedoeling.”

Dus, wie zegt Jezus dat Hij is? Wie zegt de Bijbel dat Hij was? Laten we eerst eens kijken naar Jezus’ woorden in Johannes 10:30: “De Vader en Ik zijn één.” Op het eerste gezicht lijkt Jezus hier niet te beweren dat Hij God is. Maar kijk eens naar de reactie van de Joden op Zijn uitspraak: “Wij willen U niet straffen om al het goede wat U gedaan hebt”, antwoordden zij, “maar omdat U God beledigt. U bent een mens als wij en U maakt Uzelf tot God!” (Johannes 10:33). De Joden vatten Jezus’ uitspraak op als een bewering dat Hij God was. In de daarop volgende verzen verbetert Jezus de Joden nooit. Hij zegt bijvoorbeeld nooit: “Ik heb helemaal niet beweerd dat ik God ben.”

Dat wijst erop dat Jezus écht zei dat Hij God was toen Hij zei: “De Vader en Ik zijn één” (Johannes10:30). Johannes 8:58 is een ander voorbeeld. Jezus verkondigt: “Het is zoals Ik zeg. Ik was er al voor Abraham werd geboren.” Weer reageerden de Joden hierop door stenen op te rapen om Jezus te stenigen (Johannes 8:59). Jezus maakte zijn identiteit bekend als: “Ik ben die Ik ben”. Dit is een letterlijke toepassing van de naam van God in het Oude Testament (Exodus 3:14). Waarom zouden de Joden Jezus opnieuw willen stenigen als Hij niets gezegd had dat zij als godslastering zagen, namelijk de bewering dat Hij God was?

Johannes 1:1 zegt dat “het Woord God was.” Johannes 1:14 zegt dat “het Woord mens is geworden.” Dit wijst er duidelijk op dat Jezus God is in een menselijke gedaante. Thomas de discipel noemde Jezus “Mijn Heer, mijn God” (Johannes 20:28). Jezus corrigeert hem niet. De apostel Paulus beschrijft Hem als “onze grote God en Redder, Jezus Christus” (Titus 2:13). De apostel Petrus zegt hetzelfde: “onze God en Redder, Jezus Christus.” God de Vader is ook getuige van Jezus’ volledige identiteit: “Aan Zijn groeiende en vredevolle bewind zal nooit een einde komen. Vanaf de troon van Zijn vader David zal Hij met volmaakte eerlijkheid en rechtvaardigheid regeren” (Jesaja 9:6). Profetieën uit het Oude Testament verkondigen zijn Goddelijkheid: “Want een Kind is ons geboren, een Zoon werd ons gegeven en de heerschappij zal op Zijn schouders rusten. Dit zullen Zijn koninklijke titels zijn: Wonderbare Raadgever, Machtige God, Vader der eeuwen, Vorst van de vrede.” (Jesaja 9:5)

En dus is het niet mogelijk te geloven dat Jezus slechts een goed leraar was, , zoals C.S. Lewis al betoogde. Jezus beweert duidelijk en ontegenzeglijk dat Hij God is. Als Hij niet God is, dan is Hij een leugenaar, en dus geen profeet, goede leraar of goed mens. In pogingen om de woorden van Jezus weg te verklaren, beweren moderne “geleerden” dat de “ware historische Jezus” veel dingen niet gezegd heeft die de Bijbel aan Hem toeschrijft. Wie zijn wij, dat wij met Gods Woord in discussie gaan over wat Jezus wel of niet gezegd heeft? Hoe kan een “geleerde” 2000 jaar later een beter inzicht hebben in wat Jezus wel of niet gezegd heeft, dan de mensen die zij aan zij met Hem leefden, met Hem dienden en door Jezus Zelf onderwezen werden (Johannes 14:26)?

Waarom is de vraag over Jezus’ ware identiteit zo belangrijk? Wat maakt het uit of Jezus God is of niet? De belangrijkste reden dat Jezus God moet zijn, dat Zijn dood niet genoeg zou zijn geweest om de schuld van de zonden van de gehele wereld te betalen, als Hij niet God zou zijn (1 Johannes 2:2). Alleen God zou zo’n oneindige schuld kunnen betalen (Romeinen 5:8; 2 Korintiërs 5:21). Jezus moest God zijn, zodat Hij onze schuld kon betalen. Jezus moest een mens zijn, zodat Hij kon sterven. Verlossing is beschikbaar alleen door in Jezus Christus te geloven! Jezus’ Goddelijkheid is waarom Hij de enige weg is naar onze redding. Jezus’ Goddelijkheid is waarom Hij verkondigde: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Ik ben de enige weg tot de Vader.” (Johannes 14:6)

<>

Hoe kan ik mij tot het Christendom bekeren?

Een man in de Griekse stad Filippi stelde een soortgelijke vraag aan Paulus en Silas. We weten op zijn minst drie dingen over deze man: hij was een gevangenisbewaarder, hij was een heiden en hij was wanhopig. Hij stond op het punt om zelfmoord te plegen, maar Paulus weerhield hem hiervan. En op dat moment vroeg de man: “Wat moet ik doen om gered te worden?” (Handelingen 16:30)

Het feit dat de man deze vraag stelde toont op zich al aan dat hij zijn behoefte aan redding erkende. Hij had alleen nog maar de dood voor ogen en hij wist dat hij hulp nodig had. Het feit dat hij Paulus en Silas om hulp vroeg, betekent dat hij geloofde dat zij hierop een antwoord hadden.

Dat antwoord kwam vlug en was eenvoudig: “Geloof in de Heer Jezus [Christus] en u zult gered worden” (vers 31). De passage laat ons vervolgens zien hoe de man dit geloofde en bekeerd werd. Zijn leven begon vanaf die dag het verschil te laten zien.

Merk op dat de bekering van de man op zijn overtuiging was gebaseerd (“geloof”). Hij moest Jezus en niets of niemand anders vertrouwen. De man geloofde dat Jezus de Zoon van God (“de Heer”) was en de Messias die de Schrift vervulde (“Christus”). Zijn geloof omvatte ook het geloof dat Jezus voor onze zonden stierf en weer uit de dood opstond, omdat dit de boodschap was die Paulus en Silas predikten (zie Romeinen 10:9-10 en 1 Korintiërs 15:1-4).

“Bekeren” is letterlijk “wenden” of “omkeren”. Wanneer we ons tot iets wenden, dan keren we tegelijkertijd automatisch van iets anders af. Wanneer we ons tot Jezus wenden, dan moeten we ons van de zonde afwenden. De Bijbel noemt het afwenden van de zonde “inkeer” of “berouw” en het wenden tot Jezus “geloof”. Daarom zijn berouw en geloof complementair. Zowel berouw als geloof worden op deze manier aangeduid in 1 Tessalonicenzen 1:9: “…hoe u zich van de afgoden hebt afgewend om u tot God te keren”. Een Christen zal zijn vroegere gewoonten en alles wat met valse religies te maken heeft achterlaten, als gevolg van een oprechte bekering tot het Christendom.

Eenvoudig gezegd: om je tot het Christendom te bekeren, moet je geloven dat Jezus de Zoon van God is, die voor jouw zonden is gestorven en vervolgens uit de dood is opgestaan. Je moet het met God eens zijn dat jij een zondaar bent die behoefte heeft aan redding en je moet alleen op Jezus vertrouwen om je te redden. Wanneer jij je van je zonde afwendt en je tot God keert, dan belooft God dat Hij jou zal redden en jou de Heilige Geest zal geven, Die van jou een nieuwe schepping zal maken.

Het Christendom is, in de ware vorm, geen religie. Het Christendom is volgens de Bijbel een relatie met Jezus Christus. Het Christendom is Gods aanbod van de redding voor alle mensen die in de offergave van Jezus aan het kruis geloven en hierop vertrouwen. Iemand die zich tot het Christendom bekeert verruilt niet de ene religie voor een andere religie. Een bekering tot het Christendom is de ontvangst van het geschenk dat God aanbiedt en het begin van een persoonlijke relatie met Jezus Christus, die resulteert in de vergeving van zonden en een eeuwigheid in de hemel na de dood.

<>

Wie is Jezus Christus?

Wat is een Redder en waarom hebben wij een Redder nodig?

Wie is Jezus Christus? Veel mensen zullen het erover eens zijn dat Jezus Christus een goed mens, een goed leraar of zelfs een profeet van God was. Deze dingen zijn ongetwijfeld waar van Jezus, maar zij omschrijven niet wie Jezus echt is. De Bijbel vertelt ons dat Jezus God in een menselijke gedaante is: God werd een mens (zie Johannes 1:1,14). God kwam op aarde om ons te onderwijzen, ons te genezen, ons te corrigeren, ons te vergeven… en zelfs voor ons te sterven! Jezus Christus is God, de Schepper, de almachtige Heer.

Wat is een Redder en waarom hebben wij een Redder nodig? De Bijbel vertelt ons dat wij allemaal gezondigd hebben. Wij hebben allemaal slechte dingen gedaan (Romeinen 3:10-18). Het gevolg van onze zonde is dat wij Gods toorn en oordeel verdienen. De enige terechte straf voor zonden die begaan zijn tegen een oneindige en eeuwige God, is een oneindige straf (Romeinen 6:23; Openbaringen 20:11-15). Dáárom hebben wij een Redder nodig!

Jezus Christus kwam naar de aarde en is in onze plaats gestorven. De dood van Jezus, God “in het vlees”, was een oneindige betaling voor onze zonden (2 Korintiërs 5:21). Jezus stierf om de boete voor onze zonden te betalen (Romeinen 5:8). Jezus betaalde de prijs zodat wij dat niet hoeven te doen. Jezus’ opstanding uit de dood bewees dat Zijn dood voldoende was om de boete voor onze straf te betalen. Daarom is Jezus de enige echte Redder (Johannes 14:6; Handelingen 4:12)!

<>

Is er leven na de dood?

Is er leven na de dood? De Bijbel vertelt ons: “Wat is een mens toch kwetsbaar! Zijn leven is maar kort en onrustig. Net als een bloem bloeit hij maar een korte tijd om dan te verdorren; hij verdwijnt snel als de schaduw van een voorbijglijdende wolk … Als een mens sterft, zal hij dan weer herleven?” (Job 14:1-2, 14).

Net als Job vraagt bijna ieder van ons zich dat wel eens af. Wat gebeurt er eigenlijk na onze dood? Houden we gewoon op te bestaan? Is het leven een draaideur waardoor we de aarde verlaten en er steeds weer terugkomen om uiteindelijk persoonlijke grootheid te bereiken? Gaat iedereen naar dezelfde plek, of gaan we naar verschillende plaatsen? Zijn de hemel en de hel echt? Of is dat slechts een gemoedstoestand?

De Bijbel vertelt ons dat er niet alleen leven is na de dood, maar een eeuwig leven zo fantastisch dat “wat niemand heeft gezien, niemand heeft gehoord en wat niemand ooit bedacht, dat heeft God allemaal klaar voor hen, die Hem liefhebben.” (1 Korintiërs 2:9). Jezus Christus, God in een menselijke gedaante, kwam op aarde om ons dit geschenk van het eeuwige leven te geven. “Maar Hij werd doorstoken en verbrijzeld ter wille van onze zonden. Hij werd zwaar gestraft zodat wij vrede konden hebben; Hij werd geslagen en daardoor werden wij genezen!” (Jesaja 53:5)

Jezus nam de straf die ieder van ons verdient op Zich en offerde Zijn eigen leven. Drie dagen later bewees Hij zijn overwinning over de dood door op te staan uit het graf, in Geest en in het lichaam. Hij bleef nog veertig dagen op aarde en werd door duizenden gezien voordat hij opsteeg naar Zijn eeuwige thuis in de hemel. Romeinen 4:25 zegt: “Hij heeft Jezus voor onze zonden laten sterven en Hem uit de dood laten terugkomen om ons rechtvaardig te verklaren.”

De opstanding van Christus is een goed gedocumenteerde gebeurtenis. De apostel Paulus daagde mensen uit om de ooggetuigen te ondervragen of het echt was gebeurd en niemand kon die waarheid aanvechten. De opstanding is de hoeksteen van het Christelijke geloof; omdat Christus uit de dood is opgestaan, kunnen wij geloven dat wij ook uit de dood zullen worden opgewekt.

Paulus berispte enkele Christenen die dit niet geloofden: “Als u nu het heerlijke nieuws hebt gehoord dat Christus weer levend is geworden, hoe kunnen sommigen van u dan zeggen dat er geen enkele dode ooit weer levend wordt? Als zij gelijk hebben, is Christus ook niet uit de dood teruggekomen.” (1 Korintiërs 15:12-13).

Christus was de eerste opbrengst van een grote oogst van mensen die weer tot leven zullen worden opgewekt. De lichamelijke dood deed zijn intrede door één man, Adam, van wie we allemaal nakomelingen zijn. Maar alle mensen die vanwege hun geloof in Jezus Christus geadopteerd zijn in Gods gezin zullen een nieuw leven ontvangen (1 Korintiërs 15:20-22). Net zoals God Jezus’ lichaam heeft doen herleven, zo zullen onze lichaam weet tot leven gebracht worden wanneer Jezus terugkomt (1 Korintiërs 6:14).

Hoewel wij allemaal uiteindelijk opgewekt zullen worden, zal niet iedereen naar de hemel gaan. Ieder mens moet in dit huidige leven een keuze maken om uit te maken waar hij of zij naar toe gaat voor de eeuwigheid. De Bijbel zegt dat ieder mens maar één keer sterft en dat daarna het oordeel volgt (Hebreeën 9:27). De mensen die rechtschapen zijn gemaakt zullen naar een eeuwig leven in de hemel gaan, maar de ongelovigen zullen naar een eeuwige straf in de hel gestuurd worden (Mattheüs 25:46).

De hel is, net als de hemel, niet alleen een figuurlijke beschrijving van (nare) levensomstandigheden. Het is een echte, letterlijke plaats. Het is een plaats waar de goddelozen de eindeloze, eeuwige toorn van God zullen ervaren. Zij zullen emotionele, geestelijke en lichamelijke kwellingen ondergaan en bewust lijden onder schaamte, spijt en verachting.

De hel wordt beschreven als een eindeloze put (Lucas 8:31, Openbaringen 9:1), een vuurpoel, brandend met zwavel, waar de inwoners dag en nacht gepijnigd zullen worden tot in de eeuwigheid (Openbaringen 20:10). In de hel zal geween en tandengeknars zijn, wat slaat op een intens verdriet en woede (Mattheüs 13:42). Het is een plaats “waar de wormen blijven vreten en het vuur nooit uitgaat” (Markus 9:48). God heeft er geen plezier in dat goddelozen sterven, maar hij wil dat ze zich afwenden van hun goddeloze leefwijze zodat ze kunnen léven (Ezechiël 33:11). Maar Hij zal ons niet dwingen tot overgave: als wij ervoor kiezen Hem af te wijzen, heeft hij geen andere keus dan ons te geven wat wij willen: een leven zonder Hem.

Het leven op aarde is een test, een voorbereiding op wat komen gaat. Voor gelovigen is dit een eeuwig leven in de directe nabijheid van God. En hoe worden wij rechtschapen gemaakt en hoe kunnen wij dit eeuwige leven ontvangen? Er is maar één weg: een geloof en vertrouwen in Gods Zoon, Jezus Christus. Jezus zei: “Ik ben Zelf het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, zelfs als hij gestorven is.” (Johannes 11:25-26)

Het gratis geschenk van het eeuwig leven is voor iedereen beschikbaar, maar we zullen onszelf dan wel wat wereldse pleziertjes ontzeggen. We zullen ons aan God moeten opofferen. “Wie zich aan de Zoon toevertrouwt, heeft eeuwig leven. Wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het eeuwige leven niet ontvangen. Integendeel, de straf van God blijft op hem” (Johannes 3:36). We zullen na ons overlijden geen kans meer krijgen om berouw te tonen voor onze zonden, omdat we niets anders zullen kunnen doen dan Hem geloven, wanneer we Hem eenmaal onder ogen komen. Hij wil dat wij nu tot Hem komen in blind vertrouwen en dat wij Hem nu liefhebben. Als wij de dood van Jezus Christus aanvaarden als betaling voor onze zondige opstand tegen God, hebben we niet alleen de garantie op een zinvol bestaan op aarde, maar ook op het eeuwige leven in de aanwezigheid van Christus.

<>



Is er een argument voor het bestaan van God?

De vraag of er wel of geen sluitend bewijs is voor het bestaan van God is er een waar veel over gezegd is in de loop van de geschiedenis, waarbij er aan beide kanten zeer intelligente mensen staan. Recentelijk hebben argumenten tégen het bestaan van God een vijandige nasmaak gekregen, waarbij iedereen die het durft in God te geloven wordt uitgemaakt voor iemand die waanzinnig of onredelijk is. Karl Marx stelde dat iedereen die in God gelooft wel een geestelijke aandoening moet hebben die dat foutieve denken veroorzaakt. De psychiater Sigmund Freud schreef dat iemand die in een Schepper God gelooft waanzinnig is en alleen aan dat idee vasthoudt omwille van een “wensvervullingsfactor”, die volgens Freud een ongerechtvaardigd standpunt voortbracht. De filosoof Friedrich Nietzsche stelde bot dat geloof hetzelfde is als de waarheid niet willen weten. De stemmen van deze drie figuren uit de geschiedenis (samen met anderen) worden nu simpelweg nagepraat door een nieuwe generatie atheïsten die beweert dat geloof in God intellectueel onverantwoord is.

Is dat echt het geval? Is geloof in God een irrationele positie? Is er een logisch en redelijk argument voor het bestaan van God? Kan er, naast het verwijzen naar de Bijbel, iets positiefs gezegd worden voor het bestaan van God dat de stellingen van de oude en de nieuwe atheïsten kan ontkrachten en voldoende grond kan geven voor het geloof in een Schepper? Het antwoord is: ja, dat kan. Sterker nog, door de geldigheid van zo'n argument voor het bestaan van God te laten zien, wordt aangetoond dat de atheïstische kant van het verhaal intellectueel zwak is.

Om een argument voor het bestaan van God naar voren te brengen, moeten we beginnen met het stellen van de juiste vragen. We beginnen met de meest fundamentele vraag: "Waarom is er iets in plaats van helemaal niets?". Dit is de fundamentele vraag van het bestaan - waarom zijn we er; waarom is de aarde er; waarom is het universum er in plaats van niets? Aangaande dit punt zei een theoloog eens: "Op een bepaalde manier vraagt de mens niet naar God; zijn eigen bestaan stelt de vraag naar God".

Bij het overwegen van deze vraag, zijn er vier antwoorden te bedenken die uitkomst kunnen bieden:

1. De realiteit is een illusie.
2. De realiteit is/was geschapen door zichzelf.
3. De realiteit bestaat vanuit zichzelf (eeuwig).
4. De realiteit is gemaakt door iets dat vanuit zichzelf bestaat.

Dus, wat is de meest aannemelijke oplossing? Laten we beginnen bij het idee dat de realiteit simpelweg een illusie is: iets dat een aantal Oosterse religies geloven. Deze optie is eeuwen geleden al doorgestreept door de filosoof Rene Descartes die bekend staat om zijn uitspraak: "Ik denk, dus ik ben". Descartes, een wiskundige, stelde dat als hij nadenkt, hij ook moet "zijn". Met andere woorden: "Ik denk, dus ik ben geen illusie". Illusies hebben iets nodig dat de illusie kan ervaren, en zonder dat kun je je eigen bestaan niet in twijfel trekken zonder je eigen bestaan te bewijzen: het is een zelfvernietigend argument. Dus de mogelijkheid dat de realiteit een illusie is, is geëlimineerd.

Vervolgens is er de optie dat de realiteit zichzelf gemaakt heeft. Wanneer we de filosofie bestuderen, leren we over "analytisch onjuiste" stellingen, wat betekent dat ze per definitie niet kloppen. De mogelijkheid dat de werkelijkheid zichzelf gemaakt heeft, is zo'n analytisch foutieve stelling vanwege de simpele reden dat iets niet eerder dan zichzelf kan bestaan. Als jij jezelf gemaakt hebt, dan moet je bestaan hebben voordat jij jezelf maakte, maar dat kan natuurlijk niet. In de evolutie wordt dit soms "spontane generatie" genoemd - iets dat van niets komt - een stelling die maar weinig redelijke mensen durven te verdedigen, simpelweg vanwege het feit dat er niet iets vanuit niets kan
komen. Zelfs de atheïst David Hume zei: "Ik heb nog nooit zoiets belachelijks gehoord als het idee dat er iets zonder oorzaak zou kunnen ontstaan". Aangezien er niet iets uit niets kan komen, wordt dit alternatief (dat de realiteit zichzelf heeft gemaakt) ook uitgesloten.

Nu hebben we nog maar twee keuzes over: een eeuwige realiteit of de realiteit die geschapen wordt door iets dat eeuwig is (een eeuwig universum of een eeuwige Schepper). De 18e eeuwse theoloog Jonathan Edwards somt dit mooi op:

- Er bestaat iets
- Niets kan niet iets maken
- Dus, er bestaat een noodzakelijk en eeuwig "iets".

Merk op dat we terug moeten vallen op een eeuwig "iets". De atheïst die de gelovige denigreert voor zijn geloof in God moet zich 180 graden omdraaien en een eeuwig universum accepteren; het is de enige andere deur die hij kan kiezen. Maar nu is dus de vraag: waar leidt het bewijs ons heen? Wijst het op het bestaan van materie voordat de geest er was, of een geest die er al voor de materie was?

Tot op de dag vandaag wijst al het belangrijke wetenschappelijke en filosofische bewijs niet in de richting van een eeuwig universum, maar juist in de richting van een eeuwige Schepper. Vanuit een wetenschappelijk perspectief zijn er eerlijke wetenschappers die toegeven dat het universum een begin heeft gehad, en iets wat een begin heeft niet eeuwig kan zijn. Met andere woorden: het feit dat het universum een begin gehad heeft wordt onderstreept door bewijzen zoals de tweede wet van thermodynamica, de achtergrondstraling van de big bang die in de vroege 20e eeuw ontdekt werd, het feit dat het universum uitzet en dat dat weer teruggerekend kan worden tot een enkel begin, en Einsteins algemene relativiteitstheorie. Al deze zaken bewijzen dat het universum niet eeuwig is.

Verder spreken ook de causaliteitswetten tegen dat het universum de ultieme oorzaak is van alles wat we nu kennen, vanwege het simpele feit dat een gevolg op zijn oorzaak moet gelijken. Aangezien dit waar is, kan geen atheïst verklaren hoe een onpersoonlijk, doelloos, betekenisloos en immoreel universum per ongeluk wezens geschapen heeft (ons) die vol persoonlijkheid zitten en geobsedeerd zijn door zingeving, betekenis en moraliteit. Een dergelijke observatie, vanuit het perspectief van de causaliteit, sluit het idee volkomen uit van een natuurlijk universum dat alles voortbrengt wat er is. Dus uiteindelijk wordt ook het concept van een eeuwig universum geëlimineerd.

De filosoof J.S. Mill (geen Christen) somde op waar we nu aan toe gekomen zijn: "het spreekt voor zich dat alleen een Geest een geest kan maken". De enige rationele en redelijke conclusie die we kunnen trekken, is dat een eeuwige Schepper degene is die verantwoordelijk is voor de realiteit zoals we die kennen. Of, om het in de vorm van een verzameling logische stellingen te gieten:

- Er bestaat iets.
- Je krijgt niet iets uit niets.
- Daarom bestaat er een noodzakelijk en eeuwig "iets".
- De enige twee opties zijn een eeuwig universum en een eeuwige Schepper.
- De wetenschap en de filosofie hebben het concept van een eeuwig universum uitgesloten.
- Dus bestaat er een eeuwige Schepper.

Voormalig atheïst Lee Strobel, die jaren geleden tot deze conclusie kwam, heeft gezegd: "het komt erop neer dat ik me realiseerde dat ik, als ik atheïst wilde blijven, moest geloven dat het niets alles heeft gemaakt; levenloosheid produceert leven; willekeurigheid produceert orde; chaos produceert informatie; onbewustheid produceert bewustzijn; en redeloosheid produceert reden. Die sprongen, gebaseerd op niets meer dan geloof, waren simpelweg te groot voor mij, zeker in het licht van het bevestigde alternatief van Gods bestaan... met andere woorden, volgens mij kon de Christelijke wereldvisie het bewijs veel beter verklaren dan de atheïstische wereldvisie.”

Maar de volgende vraag die we moeten behandelen is deze: als er een eeuwige Schepper bestaat (en we hebben aangetoond dat dat zo is), wat voor Schepper is Hij dan? Kunnen we dingen over Hem leren door te kijken naar wat Hij gemaakt heeft? Met andere woorden: kunnen we de oorzaak begrijpen door de gevolgen? Het antwoord is ja, dat kan, waarbij de volgende karakteristieken worden gevonden:

- Hij moet bovennatuurlijk zijn van aard (want Hij maakte tijd en ruimte).
- Hij moet machtig zijn (onvoorstelbaar).
- Hij moet eeuwig zijn (noodzakelijkerwijs bestaan).
- Hij moet alomtegenwoordig zijn (Hij maakte ruimte en wordt daardoor dus niet beperkt).
- Hij moet tijdloos en zonder verandering zijn (Hij maakte tijd en wordt er niet door beïnvloed).
- Hij moet onstoffelijk zijn (zonder lichaam) omdat hij boven ruimte en fysieke zaken overstijgt.
- Hij moet persoonlijk zijn (het onpersoonlijke kan geen persoonlijkheid scheppen).
- Hij moet oneindig zijn, en de enige oneindigheid, aangezien je geen twee oneindigheden kunt hebben.
- Hij moet divers zijn, en tegelijkertijd eenheid hebben aangezien zowel eenheid als diversiteit bestaan.
- Hij moet intelligent zijn (ongelofelijk). Alleen een bewustzijn kan een bewustzijn scheppen.
- Hij moet doelgericht zijn aangezien Hij bewust alles schiep.
- Hij moet moreel zijn (geen morele wet kan bestaan zonder wetgever).
- Hij moet met Zijn schepping begaan zijn (anders zouden er geen morele wetten gegeven zijn).

Als deze dingen waar zijn, moeten we ons nu afvragen of er een religie in de wereld is die zo'n Schepper beschrijft. Het antwoord hierop ja: de God van de Bijbel past perfect bij dit profiel. Hij is bovennatuurlijk (Genesis 1:1), machtig (Jeremia 32:17), eeuwig (Psalm 90:2), alomtegenwoordig (Psalm 139:7), tijdloos/onveranderlijk (Maleachi 3:6), onstoffelijk (Johannes 5:24), persoonlijk (Genesis 3:9), noodzakelijk (Kolossenzen 1:17), oneindig/de enige (Jeremia 23:24, Deuteronomium 6:4), divers maar toch een eenheid (Matteüs 28:19), intelligent (Psalm 147:4-5), doelgericht (Jeremia 29:11), moreel (Daniël 9:14), en begaan met anderen (1 Petrus 5:6-7).

Een laatste vraag over de zaak van Gods bestaan is hoe gerechtvaardigd het standpunt van de atheïst nu werkelijk is. Aangezien de atheïst stelt dat het standpunt van de gelovige niet klopt, is het niet meer dan redelijk om de vraag om te draaien en deze aan hemzelf te stellen. Het eerste dat ingezien moet worden is dat de bewering van de atheïst – dat er "geen god" is, want dat betekent "atheïst" - een onhoudbaar standpunt is vanuit een filosofisch perspectief. Zoals wetgeleerde en filosoof Mortimer Adler zegt: "Een bevestigende existentiële stelling kan bewezen worden, maar een ontkennende existentiële stelling - een stelling die het bestaan van iets ontkent - kan niet bewezen worden". Bijvoorbeeld, iemand kan zeggen dat er een rode adelaar bestaat, of iemand kan zeggen dat rode adelaars niet bestaan. De eerste hoeft slechts één rode adelaar te vinden om zijn stelling te bewijzen. Maar de ander moet het hele universum uitkammen en letterlijk op iedere plaats tegelijkertijd zijn om er zeker van te zijn dat hij niet ergens een rode adelaar gemist heeft op een bepaalde plaats op een bepaald moment, wat natuurlijk onmogelijk is. Dit is waarom intellectueel oprechte atheïsten zullen toegeven dat ze niet kunnen bewijzen dat God niet bestaat.

Vervolgens is het belangrijk om te begrijpen hoe serieus de beweringen zijn die gemaakt worden rondom een bepaald vraagstuk. Bijvoorbeeld, als iemand twee glazen limonade voor je neerzet zet en je vertelt dat de ene zuurder smaakt dan de andere, zijn de gevolgen voor jou niet zo heftig wanneer je de zuurdere limonade kiest. Maar als hij in het ene glas een zoetstof en in het andere glas rattengif gedaan heeft, zou je waarschijnlijk wel wat meer aanwijzingen of bewijzen willen hebben voordat je een glas kiest.

Dit is het geval bij een persoon die moet beslissen tussen atheïsme en theïsme. Aangezien het geloven in atheïsme mogelijk in onherstelbare schade en eeuwigdurende gevolgen resulteert, moet de atheïst toch zeker enkele sterke en zwaarwegende argumenten op tafel kunnen leggen voor zijn positie. Maar dat kan hij niet. Atheïsme kan simpelweg de proef niet doorstaan wat betreft de ernst van de argumenten die nodig zijn om de geclaimde positie te verdedigen. In plaats daarvan zal de atheïst, samen met iedereen die hij weet te overtuigen, de eeuwigheid in gaan met hun vingers gekruist en hopen dat ze geen vervelende realiteit zullen tegenkomen; namelijk dat de eeuwigheid toch bestaat. Zoals Mortimer Adler zei: “De bevestiging of ontkenning van God heeft meer gevolgen voor het leven en de leefwijze dan enig ander elementair vraagstuk.”

Dus is geloof in God intellectueel gerechtvaardigd? Is er een rationeel, logisch en redelijk argument voor het bestaan van God? Zeker weten. Hoewel atheïsten zoals Freud beweren dat mensen die in God geloven een verlangen naar “wensvervulling” hebben, zijn het misschien Freud en zijn volgelingen zelf wel die lijden aan de wensvervullende hoop dat er geen God is, geen verantwoordelijkheid en daardoor geen oordeel. Maar Freuds positie wordt weerlegd door de God van de Bijbel, die bevestigt dat Hij bestaat en dat er toch een oordeel komt voor mensen die de waarheid kennen maar deze onderdrukken (Romeinen 1:20). Maar voor mensen die reageren op de bewijzen die laten zien dat er inderdaad een Schepper is, zullen van Hem de verlossing ontvangen die bereikt is door Zijn Zoon, Jezus Christus: “Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven; die niet uit bloed, niet uit de wil van vlees en ook niet uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn.” (Johannes 1:12-13)

Bron:

BIBLICAL ANSWERS

<>

Is God echt? 
Hoe kan ik zeker weten dat God echt is?

We weten dat God echt is, omdat Hij zichzelf op drie manieren aan ons heeft geopenbaard: in de schepping, in Zijn Woord, en in Zijn Zoon, Jezus Christus. Het meest fundamentele bewijs dat God bestaat is gewoonweg wat Hij gemaakt heeft. “Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar. Er is niets waardoor ze te verontschuldigen zijn” (Romeinen 1:20). “De hemel verhaalt van God majesteit, het uitspansel roemt het werk van zijn handen” (Psalm 19:1).

Als ik een polshorloge in het midden van een veld zou vinden, zou ik niet aannemen dat het gewoon uit het niets is “verschenen” of dat het altijd al bestaan had. Gebaseerd op de kenmerken van het horloge, zou ik aannemen dat het een ontwerper had. Maar ik zie een veel groter ontwerp en precisiewerk in de wereld om ons heen. Onze tijdrekening is niet gebaseerd op polshorloges, maar op Gods handwerk – de regelmatige wenteling van de aarde (en de radioactieve eigenschappen van het cesium-133 atoom). Het heelal is een prachtig ontworpen systeem, en dat getuigt van een prachtige Ontwerper.

Als ik een gecodeerde boodschap zou vinden, zou ik een expert inschakelen om mij te helpen om de code te ontcijferen. Ik zou daarbij aannemen dat de boodschap afkomstig zou zijn van een intelligente verzender, iemand die de code geschreven had. Hoe complex is de DNA-code die wij bij ons dragen in elke cel van ons lichaam? Duidt deze complexiteit en het doel van DNA niet op een Intelligente Schrijver van de code?

God heeft niet alleen een ingewikkelde en fijn afgestemde materiële wereld gemaakt, Hij heeft ook in het hart van elk mens een besef van de eeuwigheid geplant (Prediker 3:11). De mensheid heeft een aangeboren besef dat er het leven meer is dan alleen de dingen die gezien kunnen worden; dat er een bestaan is dat hoger is dan deze aardse routine. Ons besef van de eeuwigheid manifesteert zichzelf op tenminste twee manieren: het maken van wetten en aanbidding.

Door de geschiedenis heen heeft elke beschaving belang gehecht aan bepaalde morele wetten, die van 
cultuur tot cultuur opvallend veel overeenkomsten vertonen. Het ideaal van liefde wordt bijvoorbeeld wereldwijd belangrijk gevonden, terwijl liegen wereldwijd veroordeeld wordt. Deze gezamenlijke moraliteit – dit universele begrip van goed en fout – wijst op een hoger moreel Wezen die ons een dergelijk geweten gegeven heeft.

Daarnaast hebben mensen over de hele wereld, ongeacht tijd en cultuur, altijd een systeem ontwikkeld om te aanbidden. De aanbiddingsvormen mogen dan wel gevarieerd zijn, maar het besef van een “hogere macht” is een onmiskenbaar onderdeel van onze menselijkheid. Onze neiging tot aanbidding is in overeenstemming met de waarheid dat God ons “naar Zijn gelijkenis” heeft geschapen (Genesis 1:27).

God heeft Zich ook aan ons geopenbaard door Zijn Woord, de Bijbel. Door de Bijbelteksten heen wordt het bestaan van God gezien als een vanzelfsprekend feit (Genesis 1:1; Exodus 3:14). Toen Benjamin Franklin zijn autobiografie schreef, verspilde hij geen tijd aan een poging om eerst zijn eigen bestaan te bewijzen. Op eenzelfde manier heeft ook God niet veel tijd genomen om in Zijn boek Zijn bestaan te bewijzen. De levensveranderende aard en de integriteit van de Bijbel en de bevestigende wonderen zouden genoeg moeten zijn om een diepere bestudering te rechtvaardigen.

De derde manier waarop God Zichzelf heeft geopenbaard is door Zijn Zoon, Jezus Christus (Johannes 14:6-11). “In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. … Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, …” (Johannes 1:1, 14). In Jezus Christus “is de goddelijke volheid lichamelijk aanwezig” (Kolossenzen 2:9).

Gedurende Zijn wonderbaarlijke leven op aarde vervulde Hij de wetten van het gehele Oude Testament en de profetieën over de Messias op perfecte wijze (Matteüs 5:17) Zijn erbarmen en Zijn wonderen bevestigen de echtheid van Zijn boodschap en getuigen van Zijn Goddelijkheid (Johannes 21:24-25). Drie dagen na Zijn kruisiging, stond Hij op uit de dood. Dit werd bevestigd door honderden ooggetuigen (1 Korintiërs 15:6). De historische beschrijvingen staan vol met “bewijs” van wie Jezus is. Zoals de apostel Paul zei: “...het heeft zich immers niet in een uithoek afgespeeld” (Handelingen 26:26).

Wij weten dat er altijd sceptici zullen zijn die hun eigen ideeën hebben over God en de bewijslast zullen beschouwen op een manier die daarmee overeenstemt. En er zullen altijd mensen zijn voor wie er nooit genoeg bewijs zal zijn om hen te overtuigen (Psalm 14:1). Uiteindelijk komt het allemaal neer op geloof (Hebreeën 11:6).

Bron:

BIBLICAL ANSWERS

<>

Is de Bijbel werkelijk Gods Woord?

Ons antwoord op deze vraag zal niet alleen bepalen hoe we de Bijbel en het belang ervan voor onze levens beschouwen, maar zal uiteindelijk ook eeuwige gevolgen voor ons hebben. Als de Bijbel werkelijk Gods woord is, dan zouden we deze moeten koesteren, bestuderen, gehoorzamen en er uiteindelijk ook op moeten vertrouwen. Als de Bijbel Gods woord is, dan staat een afwijzing van de Bijbel gelijk aan de afwijzing van God.

Het feit dat God ons de Bijbel heeft gegeven is een bewijs voor en een illustratie van Zijn liefde voor ons. De term “openbaring” betekent eenvoudig dat God aan de mens heeft gecommuniceerd wat voor iemand Hij is en hoe we een correcte relatie met Hem kunnen hebben. Dit zijn dingen die we niet hadden kunnen weten als God deze niet op een bovennatuurlijke manier in de Bijbel aan ons had geopenbaard. Hoewel Gods openbaring van Zichzelf in de Bijbel op een progressieve manier over een periode van ongeveer 1500 jaar aan ons werd gegeven, heeft deze altijd al alles bevat wat de mens over God moet weten om een correcte relatie met Hem te kunnen hebben. Als de Bijbel werkelijk het Woord van God is, dan is deze het hoogste gezag voor alle zaken die te maken hebben met geloof, religieuze praktijken en moraliteit.

De vraag die wij onszelf moeten stellen is de volgende: hoe kunnen wij weten dat de Bijbel het Woord van God is en niet zomaar een goed boek? Wat is zo uniek aan de Bijbel dat deze zich onderscheidt van alle andere religieuze boeken die ooit zijn geschreven? Bestaat er enig bewijs dat de Bijbel werkelijk Gods Woord is? Dit is het soort vragen dat bekeken moet worden, als we de Bijbelse bewering willen onderzoeken dat de Bijbel werkelijk Gods Woord is, door God ingegeven is en volkomen toereikend is voor alle zaken die met geloof en de toepassing ervan te maken hebben.

Er kan geen twijfel bestaan over het feit dat de Bijbel daadwerkelijk zelf beweert het Woord van God te zijn. Dit kan duidelijk worden gezien in verzen als 2 Timoteüs 3:15-17, wat zegt: “…en [je bent] van kindsbeen af vertrouwd met de heilige geschriften die je wijsheid kunnen geven, zodat je wordt gered door het geloof in Christus Jezus. Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust.”

Om deze vragen te kunnen beantwoorden moeten we zowel naar het interne als het externe bewijs kijken dat aangeeft dat de Bijbel werkelijk Gods Woord is. Het interne bewijs bestaat uit zaken die in de Bijbel zelf staan en die getuigen van zijn Goddelijke oorsprong. Een van de eerste interne bewijsstukken voor het feit dat de Bijbel werkelijk Gods Woord is, kan ontdekt worden in de uniciteit van de Bijbel. Hoewel de Bijbel feitelijk bestaat uit zesenzestig individuele boeken, die op drie verschillende continenten geschreven werden, in drie verschillende talen, over een periode van ongeveer 1500 jaar, door meer dan 40 schrijvers (met veel verschillende achtergronden), blijft de Bijbel toch van begin tot eind een uniek boek zonder tegenstrijdigheden. Deze uniciteit onderscheidt de Bijbel van alle andere boeken en is bewijs voor de Goddelijke oorsprong van de woorden die werden opgeschreven, toen God heel gewone mensen ertoe bewoog om Zijn eigen woorden vast te leggen.

Een ander intern bewijsstuk dat aangeeft dat de Bijbel werkelijk Gods Woord is, kan gevonden worden in de gedetailleerde profetieën die in de bladzijden van de Bijbel staan beschreven. De Bijbel bevat honderden gedetailleerde profetieën over de toekomst van individuele volken, zoals Israël, over de toekomst van bepaalde steden, over de toekomst van de mensheid en over de komst van de Messias, de Verlosser van niet alleen Israël, maar ook van alle mensen die in Hem zouden geloven. Anders dan de profetieën die in andere religieuze boeken worden aangetroffen of de voorspellingen van Nostradamus, zijn de Bijbelse profetieën extreem gedetailleerd en hebben ze nooit gefaald. Er bestaan alleen al in het Oude Testament meer dan driehonderd profetieën over Jezus Christus. Niet alleen werd er voorspeld waar Hij geboren zou worden en uit welke familie Hij zou komen, maar ook hoe Hij zou sterven en dat Hij op de derde dag weer zou opstaan. Er bestaat eenvoudig geen logische manier om de vervulde profetieën uit de Bijbel op een andere manier te verklaren dan hun Goddelijke oorsprong. Er bestaat geen ander religieus boek met dezelfde omvang of hetzelfde soort voorspellende profetieën dat de Bijbel heeft.

Een derde interne bewijsstuk voor de Goddelijke oorsprong van de Bijbel kan ontwaard worden in zijn unieke gezag en macht. Hoewel dit bewijsstuk een subjectiever aard heeft dan de eerste twee interne bewijsstukken, is het desalniettemin een zeer krachtig getuigenis van de Goddelijke oorsprong van de Bijbel. De Bijbel heeft een uniek gezag dat anders is dan enig ander boek dat ooit is geschreven. Dit gezag en deze macht kan het best herkend worden in de ontelbare levens die getransformeerd zijn door het lezen van de Bijbel. Drugsverslaafden zijn erdoor genezen, homoseksuelen zijn erdoor bevrijd, verstotenen en mislukkelingen zijn erdoor veranderd, harde criminelen zijn erdoor verbeterd, zondaars zijn erdoor gecorrigeerd en haat is erdoor omgezet in liefde. De Bijbel bevat waarlijk een dynamische en transformerende kracht die alleen mogelijk is als het daadwerkelijk Gods Woord is.

Naast het interne bewijs dat de Bijbel werkelijk Gods Woord is, bestaan er ook externe bewijsstukken die aangeven dat de Bijbel werkelijk Gods Woord is. Eén van deze bewijsstukken is de historiciteit van de Bijbel. Omdat de Bijbel historische gebeurtenissen gedetailleerd beschrijft, zijn zijn waarheidsgehalte en nauwkeurigheid onderworpen aan een verificatieproces, net als enige ander historische document. Door middel van archeologisch bewijs en andere geschreven documenten zijn de historische verslagen van de Bijbel steeds weer nauwkeurig en waar gebleken. Feitelijk maken alle archeologische bewijsstukken en bewijsstukken uit andere manuscripten de Bijbel tot het best gedocumenteerde boek uit de oudheid. Het feit dat de Bijbel historisch verifieerbare gebeurtenissen op een nauwkeurige en waarheidsgetrouwe manier vastlegt, is een sterke aanwijzing voor het waarheidsgehalte van de Bijbel, wanneer deze spreekt over religieuze onderwerpen en doctrines. Dit bekrachtigt de bewering dat de Bijbel het Woord van God is.

Een ander extern bewijsstuk dat de Bijbel werkelijk Gods Woord is, is de integriteit van de menselijke schrijvers. Zoals eerder werd gezegd, gebruikte God mensen met een verscheidenheid aan achtergronden om Zijn woorden voor ons vast te leggen. Wanneer de levens van deze mensen bestudeerd worden, kan er geen goede reden worden gevonden om te geloven dat zij geen eerlijke en oprechte mensen waren. Wanneer we hun levens bestuderen, en het feit dat ze bereid waren om te sterven voor wat zij geloofden (vaak op een gruwelijke manier), dan wordt het al snel duidelijk dat deze gewone, maar toch oprechte mensen werkelijk geloofden dat God tegen hen had gesproken. De mannen die het Nieuwe Testament schreven en vele honderden andere gelovigen (1 Korintiërs 15:6) kenden de waarheid van hun boodschap, omdat zij Jezus Christus na zijn opstanding uit de dood met eigen ogen in levende lijve hadden gezien. De transformatie die plaatsvond vanwege hun ontmoeting met de opgestane Christus had een enorme invloed op deze mensen. Zij verborgen zich niet meer uit angst, maar werden bereid om te sterven voor de boodschap die God aan hen had geopenbaard. Hun levens en hun dood getuigen van het feit dat de Bijbel werkelijk Gods Woord is.

Een laatste extern bewijsstuk voor het feit dat de Bijbel werkelijk Gods Woord is, is de onverwoestbaarheid van de Bijbel. Vanwege zijn belang en zijn bewering dat hij het Woord van God is, heeft de Bijbel meer kwaadaardige aanvallen en vernietigingspogingen te verduren gehad dan enig ander boek in de geschiedenis. Van de vroege Romeinse keizers, zoals Diocletianus, tot communistische dictators en de hedendaagse atheïsten en agnostici, heeft de Bijbel al zijn aanvallers weerstaan en overleefd en is vandaag de dag nog steeds het meest uitgegeven boek.

Door de jaren heen hebben sceptici de Bijbel vaak een mythologisch boek genoemd, maar de archeologie heeft bevestigd dat de Bijbel historisch nauwkeurig is. Tegenstanders hebben de “primitieve en verouderde” leer van de Bijbel vaak aangevallen, maar zijn morele en wettelijke principes en doctrines hebben altijd een positieve invloed gehad op samenlevingen en culturen over de hele wereld. De Bijbel wordt nog steeds aangevallen door de wetenschap, de psychologie en politieke bewegingen, maar is tegenwoordig nog steeds net zo waar en relevant als toen zijn woorden voor het eerst werden geschreven. Het is een boek dat in de laatste 2000 jaar ontelbare levens en culturen heeft veranderd. Ongeacht hoe zijn tegenstanders de Bijbel proberen aan te vallen, te vernietigen of in diskrediet te brengen, toch blijft dit boek net zo sterk, net zo waar en net zo relevant als voorheen. De nauwkeurigheid die behouden is gebleven, ondanks alle pogingen om deze te benevelen, aan te vallen of te vernietigen, is een duidelijk getuigenis van het feit dat de Bijbel werkelijk Gods Woord is. Het zou ons niet moeten verbazen dat de Bijbel, ongeacht hoe vaak deze wordt aangevallen, altijd onveranderd en ongeschonden uit de strijd komt. Jezus zei tenslotte: “Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen” (Marcus 13:31). Na het bewijs te hebben onderzocht kan ieder werkelijk zonder twijfel zeggen: “Ja, de Bijbel is werkelijk Gods Woord”.

<>